De fluit voorbij

"Na de stilte komt muziek het dichtst bij het verwoorden van het onuitsprekelijke."


Aldous Huxley Een van de grootste uitdagingen van een musicus is het zoeken en op termijn vinden van je eigen weg. Het is echter een nog grotere uitdaging om je als musicus constant te blijven ontwikkelen. Ik kan me nog herinneren dat ik als 14-jarige fluitleerling tegen mijn docent zei: "bij Stravinsky houdt het voor mij op". Maar gelukkig is mijn muzikale ontwikkeling daar niet gestopt.

Toen ik 15 was ging ik naar een uitvoering van Mahler’s tweede symfonie in het Concertgebouw in Amsterdam. Althans dat dacht ik. Op het laatste moment was om onduidelijke redenen het programma gewijzigd en kregen we o.a. het zeer moderne pianoconcert van Kees van Baaren te horen. Wat een wereld van verschil! Ik weet niet meer of ik het een mooi stuk vond. Ik heb het nadien nooit meer gehoord en misschien wil ik dat omwille van de herinnering ook wel zo houden. Ik denk ook niet dat ik me op dat moment realiseerde dat ik naar de legendarische pianist Theo Bruins zat te luisteren. Ik weet wel dat deze avond me altijd is bijgebleven als een soort keerpunt in mijn denken over muziek. Niet de liefde, maar wel de interesse voor eigentijdse muziek was gewekt.

De liefde voor het spelen van moderne muziek kwam pas bij het begin van mijn conservatoriumstudie. Het zoeken naar nieuwe wegen, het avontuur van de avant-garde, het werken met componisten, het zoeken naar nieuwe klankkleuren op je instrument. Ik vond het allemaal geweldig! Natuurlijk heb ik achteraf bezien ook ongelooflijk veel slechte muziek gespeeld; dat is inherent aan het avontuur van de eigentijdse muziek.Het is niet alleen aan de spelers om te oordelen over een compositie. De tijd doet, met behulp van het publiek, het selectiewerk vanzelf.

Na een aantal jaren studeren wekte de wereld van de barok mijn grote interesse. Ik ging op de moderne fluit steeds meer de klank van een traverso opzoeken. Het was een mooi leerproces, maar wat heb ik op mijn zoektocht soms lelijk en gemanireerd zitten spelen en mijn leraar waarschijnlijk tot wanhoop gedreven! De volgende stap lag voor de hand: na mijn examen fluit ging ik traverso studeren. Tijdens de voorbereiding voor een concert wil ik niet alles aan mijn intuïtie overlaten. Pas als je op het podium staat moet je alle kennis laten voor wat het is en er op vertrouwen dat je intuïtie heeft geleerd van je voorbereiding. Het analyseren van de vorm, de harmonische structuur, kennis nemen van de ideeën over muziek uit de tijd waarin de compositie is ontstaan en het bespelen van authentieke instrumenten. Ik vind het heel erg leuk om daar mee bezig te zijn. Het mag echter nooit een doel op zich worden. Ik ben geen traverso gaan spelen omdat ik vind dat alle muziek persé op authentieke instrumenten gespeeld moet worden. In een Bach-sonate vind ik een traverso mooier dan een moderne fluit. Maar ik hoor nog steeds liever een goede moderne fluitist dan een slechte traversospeler: het feit dat je een authentiek instrument in je hand hebt, betekent niet automatisch dat je gelijk hebt. De enige reden dat ik traverso ben gaan spelen is dat ik het zo’n ongelooflijk mooi instrument vind en dat ik merk dat de manier van spelen bij mijn persoon past.

Een paar jaar geleden kreeg ik de kans om op tournee te gaan met een aantal Argentijnse tango musici. We speelden Piazzolla’s Maria de Buenos Aires met als artistiek leider de fantastische pianist Pablo Ziegler, die zelf jaren met Piazzolla heeft gespeeld. Weer ging er een nieuwe wereld voor me open. De wereld van de vrijheid van spelen en de wereld van de glimlach als je eens iets anders dan de vorige avond probeerde. En dan die noten van Piazzolla: met recht wereldmuziek!

Je blijven ontwikkelen en van alles wat je doet een specialisme maken, dat is mijn doel. Juist door je niet in één, maar meerdere stijlen te specialiseren, vallen alle muren die zijn opgetrokken tussen die aparte specialistische wereldjes weg. Je ziet steeds beter het geheel en de muziek zelf blijft over. Ik hou van fluit spelen maar tegelijkertijd ben ik altijd bezig om voorbij de fluit te denken. Toevallig is de fluit mijn instrument, een ander kan weer mooi viool spelen, weer een ander zingt de sterren van de hemel. Uiteindelijk gaat het maar om één ding: mensen raken door muziek. In dat kader spreekt de laatste ontwikkeling in mijn carrière boekdelen. Ik heb altijd met plezier gedirigeerd, maar er nooit genoeg tijd voor vrij gemaakt. Nu ik me de laatste twee jaar meer ben gaan profileren als dirigent kom ik in aanraking met muziek waar ik als fluitist niet zo gauw aan toe kom en dat ervaar ik als een verrijking.

Ontroeren door schoonheid. Ongeacht het instrument, ongeacht de muziekstijl. Of, zoals Huxley zei:

"het verwoorden van het onuitsprekelijke".